|

Over een afstand van 42 km tussen Schengen en Wasserbillig, kronkelt de Moezel door valleien die voor de wijnteelt een ideale voedingsbodem bieden: zonovergoten hellingen die her en der getooid worden met krijtrotsen.
Op de Noordelijke hellingen spreiden de wijngaarden zich uit over een strook van zo’n 300 tot 400 meter breed. Daarvan bestaat de helft (vooral in het Kanton Remich) uit diepe bodems die rijk zijn aan pleistersteen en mergel. Hier vindt men ronde, zachte wijnen.
In het Kanton Grevenmacher vinden we bodems die door erosie afgegraven zijn en dooraderd worden door ondoordringbare lagen van Conchil krijt. Hier vinden we rasechte, karaktervolle wijnen.
Deze hellingen zijn ideaal naar het Zuid-Oosten of Zuid-Westen gericht. De beste wijngaarden bevinden zich op een hoogte van 150 tot 200 meter en genieten zowel van milde maritieme als continentale invloeden.
|