fr en de nl

De Moezelvallei is al 225 miljoen jaar oud en er wordt al zo lang als de mens zich kan herinneren wijn verbouwd. De Kelten, de Galliërs en nadien de Romeinen cultiveerden er wijngaarden nog lang voor de kloosters de wijngaarden in handen namen en verder uitbreidden. Na de strenge winter van 1709 bestond er in de Moezelvallei vrijwel alleen nog wijnbouw. Vanaf de 19de Eeuw wordt 90% van de wijngaard gewijd aan de Elbling-druif, die in hoofdzaak geëxporteerd werd naar Duitsland om er Duitse wijn mee te versnijden.

Het is pas na de oprichting van de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie (1921), de stichting van het Institut viti-vinicole te Remich (1925) en de oprichting van het ‘Marque Nationale’ (1935) dat de wijngaarden werden gediversifieerd en zich verder ontwikkelden. Een nieuwe belangrijke stap was de oprichting van herkomstbenamingen «Moselle Luxembourgeoise - Appellation contrôlée» , «Crémant de Luxembourg» en de bijzondere vermeldingen «Vendanges Tardives», «Vin de Glace» (Eiswein), «Vin de Paille» en de «Vins barrique» in de jaren ’80. Ze gaven de Luxemburgse wijnbouw een stevige reputatie die nu nog verder uitgebouwd wordt door de Commissie voor de Promotie van Wijnen en Crémants van Luxemburg.