Het Nationaal Merk of ‘Marque Nationale’ van de Luxemburgse Wijnen werd gecreëerd op 12 maart 1935. Aangebracht op een rechthoekig etiket op de rug van de fles vormt de vermelding «Marque Nationale-Appellation contrôlée» de waarborg voor de herkomst en de kwaliteit van de wijn, onder toezicht van de Staat.
Om deze vermelding te bekomen, moet een wijn een analyse ondergaan in het laboratorium van het ‘Institut Viti-Vinicole’ en minstens een score van 12 op 20 halen op de organoleptische proef, waarbij zowel de kleur, de helderheid, de geur en de smaak hun aandeel in de score hebben. Deze laatste proef wordt uitgevoerd door de leden van de degustatiecommissie van het Nationaal Merk van de Luxemburgse Wijnen. Wijnen die 14 punten behalen, mogen de naam «Vin classé» dragen, 16 punten is goed voor de benaming «Premier Cru» en met 18 punten mag een wijn zich «Grand Premier Cru» noemen. Voor de bijzondere vermeldingen «Vendanges Tardives», «Vin de Glace» en «Vin de Paille» moeten wijnen voldoen aan bijkomende criteria die vastgelegd zijn sinds 8 januari 2001.
Vroeger was in Luxemburg de productie van de Elbling-wijn economisch belangrijk omdat deze bijna integraal werd uitgevoerd naar Duitsland. Hier werd hij gebruikt om de lokale wijnen mee te versnijden. Maar sinds het begin van de 20ste Eeuw werd gekozen voor kwaliteit en werden er edele rassen aangeplant. De laatste twintig jaar werd daar nog een reglementering van de maximumrendementen aan toegevoegd.
De ambitie van een nieuwe generatie wijnbouwers heeft - met de hulp van moderne wijnbouwtechnieken en buitenlandse oenologen - geleid tot een spectaculaire toename van de kwaliteit. Een wereldwijde erkenning liet niet op zich wachten: de kwaliteitssprong werd bewezen en bekroond door de vele awards op internationale wijnwedstrijden.
|